Een dunne lijn – een jaar na de verkiezing van Trump

Wanneer een vreemde, van het patroon afwijkende, onbegrepen entiteit een gemeenschap binnendringt spreek je van een anomalie of een Fremdkörper. Aan zo’n anomalie kan nooit stilzwijgend voorbij worden gegaan, ze irriteert. Er moet wel iets worden rechtgezet. In de antropologie en in de wetenschapsfilosofie zijn heel verschillende basisreacties op de komst van zo’n vreemd wezen opgetekend: (1) je kunt het heilig verklaren, op een voetstuk zetten (het is een bovennatuurlijke kracht en brenger van heil ); (2) uitbannen (het is een groot gevaar, weg ermee), (3) aanpassen (er is niets nieuws onder de zon, business as usual).
Het is niet moeilijk om deze reactiepatronen te herkennen in de talloze commentaren op de verkiezing van Fremdkörper Trump. Trump is een vernieuwer, die het systeem omver zal werpen dat haar langste tijd gehad heeft (1) (dit verklaarde de linkse filosoof Zizek); met Trump zijn we in een apocalyptische zone geraakt, zijn regering zal de VS, en de wereld met haar, in groot gevaar brengen (2) En ‘het valt allemaal mee, de soep zal niet zo heet worden gegeten als ze werd opgediend”… (3)

Ik neig nog het meest naar de apocalyptische variant. Want ik vraag me af hoe stevig het institutionele en morele laagje van de rechtsstaat is dat ons moet beschermen tegen systematisch geweld en uitsluiting. De grootste schok van de Amerikaanse verkiezingsuitslag was voor mij dat die beschermlaag veel dunner lijkt dan ik vermoedde. De gedachte dat de democratie zichzelf kan opheffen kende ik nog alleen als intellectueel prikkelend gedachte-experiment, niet als reële optie. Dat gedachtenexperiment verwees dan altijd naar de exemplarische situatie van de democratische verkiezingen van Duitsland in 1933, waarna de prille Duitse democratie in de kiem werd gesmoord. Maar dat was een prille, onstabiele democratie. Ik ben eind jaren zestig geboren en in de jaren zeventig opgegroeid, in de overtuiging dat al die kinderziekten allemaal ver achter ons lagen en dat het steeds beter zou gaan met de democratie en de mensenrechten en een zorgvuldig bewaakt staatsmonopolie op geweld. De rechtsstaat was al met al een voldongen feit. Dat de taal van geweld en uitsluiting in een land met een sterke democratische traditie niet automatisch tot een sterke, breed gedeelde afkeuring leidt, dat dergelijke taal vergoelijkt wordt of niet als zodanig herkend, dat had ik niet gedacht.

Doorleefde, ervaren democratieën als de UK en de USA garanderen talloze checks-and-balances in het systeem die haar beschermen tegen de autoritaire en totalitaire verleidingen, zo wil ik graag geloven. Kan ik daar nog zo zeker van zijn, zeker na de Brexit en de verkiezing van Trump? Zijn de instituties van de rechtsstaat kwetsbaar geworden nu kiezers op grote schaal vatbaar blijken voor de autoritaire verleiding, voor het fantasma van de magische helper, voor (inherent gewelddadige) wij-zij fantasieën?

Hoe fragiel is het institutionele en morele laagje van de rechtsstaat dat ons moet beschermen tegen systematisch geweld en uitsluiting (racisme, misogynie, eigenrichting, huiselijk geweld, pesten), geweld tussen burgers, geweld tussen staat en burgers? Hoe is het gesteld met de beschavingslagen en wetten van westerse democratieën, die in een lange geschiedenis met veel schade en schande, laag voor laag zijn aangelegd - van de Vrede van Münster in de 17e eeuw, naar de trias politica en de installatie van de grondwet in natiestaten van de 18e en 19e eeuw, naar de universele verklaring van de mensenrechten in 1948 en de afschaffing van rassenwetten en apartheid? Een geschiedenis die met name na de schokgolf van de Tweede Wereldoorlog een groot, breed gedragen “Nie Wieder’ Krieg’ op haar voorhoofd droeg. Vergen die beschermlagen anno 2017 groot onderhoud? Die bescherming tegen systematisch geweld is de raison d'être , de kerntaak, het alfa en omega van een democratische rechtsstaat, in welke vorm dan ook. Economische vooruitgang biedt die beschermlaag niet, dat is duidelijk.

De liberale democratie heeft voor haar levensvatbaarheid niet alleen instituties en wetten nodig en een verdeling der machten, maar veronderstelt ook burgers die democratische waarden als verdraagzaamheid en broederschap verinnerlijken, en dus ook vorming van dit soort burgerschap. Democratie werkt alleen als voldoende mensen zich identificeren met deze waarden. Anders dreigt het systeem op te drogen, uit te hollen. Er is geen aangeboren democratie-gen, aldus pedagoog Micha de Winter. De vorming tot burgerschap veronderstelt deelname van burgers aan democratische praktijken, waarin die waarden actief gedeeld kunnen worden en steeds opnieuw vorm kunnen krijgen door zeggenschap uit te oefenen. Zijn dit soort praktijken voldoende in tact? Ik betwijfel dat.

Waarom zijn kiezers zo vatbaar geworden, waarom zijn ze in steeds grotere getale geneigd kinderlijke verlangens ('make America great again') op een magische leider met flinterdunne beloftes te projecteren, het risico van ondermijning van de rechtsstaat en gewelddadige polarisatie op de koop toenemend? Waarom schrikt dat risico hen niet instinctmatig en op grote schaal af?

Kiezers zijn niet dom. Ze zijn zich bewust van hun eigenbelang wanneer zij stemmen. Ik geloof dus niet dat het bijvoorbeeld de lage scholingsgraad en/of onzekere sociaal-economische positie van kiezers is die hen meer vatbaar maakt dan anderen voor het fantasma van de sterke leider, zoals de populaire verklaringen willen. Dat blijkt ook uit de analyse van de sociale achtergronden van Trump- (en PVV) stemmers: ze komen uit alle lagen en opleidingsniveaus.

Kiezers zijn niet dom, maar wat is er dan rationeel aan hun keuze, als die vaak niet te herleiden is tot hun sociaal-economische positie? Zelfs vrouwen stemden op grote schaal op de kandidaat die hen ogenschijnlijk geen enkel voordeel te bieden had qua zelfbeschikkingsrechten, autonomie of kansen op werk. Als de kiezer niet dom is, waarom zou het dan toch in het weloverwogen eigenbelang van (steeds meer) kiezers zijn om voor een magische 'sterke leider' te stemmen? Wat maakt dat zijn lokroep alle andere ogenschijnlijk rationelere keuzes overstemt?

Ik dacht tussen alle analyses van de verkiezingsuitslag door aan de denkers van de Frankfurter Schule, die een verklaring gaven voor de vatbaarheid voor autoritaire leiders en fascistische ideeën. Hun type analyse heb ik nog niet teruggehoord in de commentaren van de afgelopen dagen. Fromm en Horkheimer legden na de Tweede Wereldoorlog een verband tussen het geweld en de vooroorlogse opvoedingspraktijken, waarin van jongs af aan het gevoel van afhankelijkheid gevoed werd. Kinderen leerden niet hun gevoelens van eenzaamheid, angst en zwakte te verdragen, maar die gevoelens werden juist versterkt, bijvoorbeeld door gehoorzaamheid te eisen van het kind en door zijn spontaniteit af te wijzen. Dan gaan kinderen, ook als volwassenen, op zoek naar krachten en erkenning buiten zichzelf om hun angst en zelfhaat te bezweren en is er minder ruimte voor compassie. God, geld, status, consumptie, macht, een magische helper, een goeroe of een psychiater. Onderschikking aan gezag of overheersing van anderen: het zijn de schijnveilige opties die dan open staan, twee zijden van dezelfde medaille. De sterke leider is aantrekkelijk voor hen die bang zijn om onafhankelijk te zijn en voor hen die zich eenzaam voelen tegenover een vreemde, vijandige wereld, zoals zij die ervaren. Het is een rationele keuze, want het streven naar afdekking van de eigen gevoelens van zwakte is het allerbelangrijkste, belangrijker dan de geloofwaardigheid van de politieke beloftes.

Dat zelfs ook middenklasse vrouwen massaal stemden voor een evidente vrouwenhater, daarvoor had de psycho-analytica Macchiocchi een bij de Frankfurters aanpalende verklaring, naar aanleiding van het Duitse en Italiaanse fascisme dat destijds ook al de steun van veel vrouwen had: hun seksueel-repressieve opvoeding zou bij deze vrouwen leiden tot verwrongen lustgevoelens, die zich vertalen in verheerlijking van agressie en minachting voor zwakkeren. Zo neigen ook vrouwen, waarvan je toch zou zeggen dat deze politieke beloften op geen enkele manier in hun belangen dienen, naar het stemmen voor deze machtige macho-figuren.

Ik denk dat de Frankfurters terecht aandacht vroegen voor de emotionele, psychologische achtergrond van het fascisme en zijn aanhangers, en ik denk dat hun analyse nog steeds zinnig is. Het lijkt uiteraard te simplistisch en monocausaal geredeneerd om te stellen dat er 'goede'en 'verkeerde' opvoedingspraktijken bestaan waarvan alleen de laatste de existentiële angsten helpt te bezweren, en dat een oprukkende autoritaire verleiding duidt op een verslechtering van het opvoedingsklimaat. En dat de republikeinse kiezers collectief een slechte jeugd hadden.

Nee, zo eenvoudig zit het niet, en ik zou de Frankfurters onrecht doen om hun theorie tot deze simplistische logica te reduceren. En bovendien: we doen het per slot allemaal, het zoeken van eenvoudige symbolen en bezweringen; we hebben allemaal meer of minder last van fantasma's, we zijn uit hetzelfde hout gesneden ook al worden we verschillend opgevoed. Er zijn niet twee soorten mensen, de weldenkende democraten en de lichtzinnige republikeinen.. De existentiële angsten waarop Fromm en Horkheimer doelen zijn nooit geheel uit te bannen, ook niet met een gelukkige jeugd, hooguit wellicht met intensieve spirituele training. Om ze te bezweren lijkt er veel meer nodig dan alleen een gunstig opvoedingsklimaat waarin mensen zich tot autonome en tegelijkertijd compassionele burgers kunnen vormen - het soort burgerschap zonder welke de democratische rechtsstaat niet levensvatbaar is. Er lijkt ook een meer permanent maatschappelijk klimaat nodig, voorbij de opvoedingspraktijken, waarin de democratische weerbaarheid voortdurend gepraktiseerd kan worden.

Is dit klimaat veranderd? Wat is er precies veranderd in de omstandigheden, dat de vatbaarheid voor autoritaire leiders met hun spookverhalen alarmerend groeit, en de democratische weerbaarheid zienderogen lijkt af te kalven? Zijn het de migranten, is het de globalisering, terrorisme, de werkloosheid, of het raffinement van hun spookbeelden? Ik denk dat geen van deze factoren de groeiende psychologische afhankelijkheid kan verklaren.

Het gevoel van afhankelijkheid; de zucht naar krachten buiten jezelf kan in de lijn van de Frankfurters worden verminderd door te leren vertrouwen dat de ander geen vijand is. Dat vergt niet alleen een begripvolle opvoeding, zoals zij stelden, maar ook een voortdurende maatschappelijke praktijk waarin volwassen burgers hun onafhankelijkheid, zeggenschap en eigen kracht kunnen ervaren. Dat gaat niet vanzelf, en het lijkt ook tegen de trend in.

Onder andere socioloog Richard Sennett en psycholoog Paul Verhaeghe beschreven hoe de maatschappelijke condities de afgelopen dertig jaar met de afbouw van de verzorgingsstaat en het oprukken van een steeds competitiever arbeids- en schoolklimaat drastisch veranderd zijn, resulterend in wat Sennett noemde "de flexibele mens". Een ongebonden wezen dat niet meer het gevoel heeft nodig te zijn. Niet als persoon en niet als vakman. Hij ontwikkelt onzekerheid, angst, wantrouwen en oppervlakkigheid. Ook wordt het steeds moeilijker, door sociale ontwikkelingen, om andere groepen en klassen te ontmoeten. Gemeenschapsbanden vervluchtigen en de leden van de samenleving keren zich naar de privésfeer, naar hun intieme relaties en naar de zekerheid van de consumptie. Sennett denkt dat deze vorm van samenleven geen lang leven beschoren kan zijn: “[…] een bestel dat mensen geen goede redenen verschaft om om elkaar te geven, kan niet lang zijn legitimiteit bewaren’.

Leren vertrouwen dat de ander geen vijand is: in die richting wil ik zoeken. Het goede nieuws lijkt me, dat voor het bevorderen van zulke stimulerende praktijken er niet hoeft te worden gewacht op een sterke leider, om ze op te richten. En ook niet op Bernie Sanders of Corbyn, hoe inspirerend ze ook zijn. Het kan door het heft zelf, samen, in handen te nemen.

Posted on 17/11/17

Martijntje Smits Metaaljournaal september 2015

Een vriend van me, zelf ernstig teleurgesteld in de liefde, is warm pleitbezorger van het “KTH”. Al te veel romantiek en vertrouwen is naïef, zegt hij. En daarom is hij voor het ‘Korte Termijn Huwelijk’. Volgens hem het ultieme antwoord op de sleur en verstarring die vroeg of laat in elke relatie optreden. Na een jaar bespreek je hoe het gaat. Loopt het nog lekker? Hou je nog van me? Heb je nieuwe wensen? Wat zullen we veranderen aan onze afspraken? En die leg je vast voor een volgend wervelend huwelijksjaar.

Stel dus, je hebt een relatie. Je probeert, zoals dat heet, het beste in elkaar naar boven te halen. Samen groeien, iets moois ervan maken. En je voert daartoe één keer per jaar een “gelijkwaardige dialoog” met je partner. Werkt dit?

Not!

Logisch: Spettert de liefde, dan wordt het een malle vertoning. Je bent al voortdurend aan het afstemmen. En andersom, ben je uitgekeken op elkaar, dan geeft zo’n jaarlijkse check gegarandeerd het laatste duwtje naar de afgrond.
Geeft die vriend nu ook wel toe.

Laat dit model nou sterk lijken op het functioneringsgesprek, ingevoerd in de jaren zeventig. Wikipedia zegt: ‘Een functioneringsgesprek is een gelijkwaardige dialoog. De leidinggevende stelt vragen over het functioneren van de medewerker en de medewerker stelt gelijke vragen aan zijn leidinggevende.' Vanaf de jaren negentig kwam de nadruk meer op afspraken. Heb je je prestaties gehaald, wat moet er komend jaar gebeuren?

Een puike manager stemt natuurlijk wat vaker met je af dan één keer per jaar. Niet alleen over prestaties - dan dreigt het weer een eenzijdig onderhoud te worden. En statisch: want die prestaties, dat waren de doelen van vorig jaar. Interessanter is waar we allebei naartoe willen. Waar wil mijn leidinggevende heen met de groep en hoe ziet zij mijn rol daarin? Wat voor rol zie ik voor mezelf?

In elke relatie is er een spanning tussen het ‘ik’ en het ‘wij’. Je wilt een’ ik’ zijn, met eigen behoeften en idealen, maar ook een ‘wij’, samen presteren en ontwikkelen. Het gaat goed zolang er beweging is tussen die perspectieven, en begrip.

Dan kan er iets moois bloeien.

In de liefde. En op het werk.

Posted on 24/01/16

Beste columnist,

(feedback op de columns van mijn studenten wetenschapsfilosofie)

Flashbacks, science fiction, sprookjes, recepten, reflecties, dialogen: bravo! Aan genres blijven weinig vormen onderbenut in de eerste oogst van jullie columns. Dan nu naar de volgende versnelling: de sectie stijlmiddelen. Hyperbolen, ellipsen, humor, ironie, provocatie, rake spanning tussen vorm en inhoud. Stijlbloempjes of vormexperimenten: nu zijn ze nog dun gezaaid, op een enkele fraaie literaire uitspatting na.

Op het gevaar af dat ik je overstretch: leg de lat nog eens hoger. Verras me, misleid me, wees aanmatigend, suggestief, zet me op het verkeerde been, breng me in verrukking. Wees in elk geval niet te braaf en uitleggerig.

Verbeeld je na je eerste versie eens dat je een redacteur bent van NRC-next, van de Groene Amsterdammer of VN, zo eentje die een maximale impact/ oppervlakte balans nastreeft. Wat doet zo'n redacteur? Zij schrapt. Hoe meer ze schrapt, hoe beter een gedachte tot haar recht komt.

Schrap alle bijgedachten, gebabbel, omwegen, overtollige uitleg. Wees niet verrast als de helft weg kan. Vervang je tekstbreiwerk door één suggestief beeld; kneed net zolang aan vaagtaal tot je bamischotel omgetoverd is in een truffelsalade. Met verse tuinkruiden.

Korte alinea's, graag, tenzij een lange absoluut functioneel is aan je boodschap. Vermijd lange zinnen en varieer met zinslengte. Frases als "ik denk dat", "naar mijn mening" en zelfs “Maar-“ zinnen die een wending beogen (zoals: "Maar kunnen we echt wel anders kijken?"); werp ze overboord. Leun op de suggestie; vertrouw op je lezer. Het is uit de context vaak al duidelijk waar je heen wilt.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Zwijgen is goud. Small is beautiful. Kill your darlings - oftewel: Show, don't tell. In plaats van je eigen gevoelens of interpretaties zet je een tastbaar, pakkend beeld neer. Laat je lezer zien, ruiken, horen, proeven. Dan trekt zij haar eigen conclusies, misschien wel dezelfde als jij.

Ik kan de truffelsalade al ruiken..

met vriendelijke groet, Martijntje Smits

Posted on 13/06/14

vandaag, 13 juni, is een heerlijke dag. buiten. binnen is het hard zwoegen.

Posted on 13/06/14